Vermoeidheid bij een chronische darmziekte: waarom ben je zo moe?

Gepubliceerd op 22 augustus 2026 om 09:55

Je darmen zijn rustig. Je bloedwaarden zijn goed. En toch loopt je batterij al voor de middag leeg.

Dat is geen aanstellerij. Vermoeidheid bij een chronische darmziekte kan veel verder gaan dan gewoon een keer moe zijn. Het kan voelen alsof je lichaam minder energie beschikbaar heeft, terwijl je misschien niet eens precies kunt aanwijzen waar die energie naartoe gaat.
En juist dat maakt deze vermoeidheid zo lastig te begrijpen.

Waarom maakt een chronische darmziekte je zo moe?

Omdat je lichaam voortdurend bezig kan zijn met meer dan alleen je darmen.

Bij een chronische darmziekte kunnen ontstekingsprocessen, pijn, een verstoorde slaap, tekorten en medicatie allemaal bijdragen aan vermoeidheid. Maar er speelt vaak nog iets mee: je lichaam en je zenuwstelsel krijgen gedurende de dag voortdurend informatie te verwerken.

Denk bijvoorbeeld aan de vraag waar het dichtstbijzijnde toilet is. Of je buik vandaag wel rustig blijft. Of je die afspraak vanmiddag gaat redden. Of je nog genoeg energie hebt voor het avondeten.

Dat zijn misschien geen bewuste gedachten waar je de hele dag bij stilstaat. Toch vraagt het lichaam voortdurend om alertheid en aanpassing.

Je zou kunnen zeggen dat je systeem minder makkelijk helemaal uit de waakstand komt.

De darm en de hersenen staan bovendien voortdurend met elkaar in verbinding via de zogenoemde darm-hersen-as. Onderzoek laat zien dat deze wisselwerking een rol speelt bij onder andere stress, emoties, slaap en vermoeidheid. Het autonome zenuwstelsel is daar
onderdeel van.

Dat betekent niet dat vermoeidheid “tussen de oren” zit. Juist niet. Het betekent dat lichamelijke en mentale processen elkaar voortdurend beïnvloeden.

Wat er bijvoorbeeld kan meespelen:

  • ontstekingsactiviteit;
  • ijzertekort, bloedarmoede of andere voedingstekorten;
  • een verstoorde of onderbroken nachtrust;
  • pijn of buikklachten;
  • medicatie;
  • stress en onzekerheid;
  • de mentale belasting van voortdurend rekening houden met je klachten;
  • een lichaam dat moeilijker tot echte ontspanning komt.

Die laatste factoren worden naar mijn idee vaak onderschat.

Waarom je niet altijd kunt voelen waar je grens ligt

Bij vermoeidheid door een chronische darmziekte is het niet altijd zo duidelijk als: “Ik doe iets en daarna ben ik moe.”

Het zit vaak veel meer in een grijs gebied.

Je kunt een activiteit doen en tijdens die activiteit nog denken dat het prima gaat. Je bent niet duizelig, je hebt geen duidelijke pijn en je voelt niet dat je direct moet stoppen.

Maar ondertussen loopt de belasting wel op.

En daar zit voor veel mensen een belangrijk probleem. De grens wordt pas duidelijk nadat je er al overheen bent gegaan.

Je hebt een goede dag, doet wat extra boodschappen, gaat werken, spreekt af met vrienden en ruimt thuis nog wat op. Op het moment zelf voelt het misschien als een normale dag. Maar de volgende dag merk je pas hoeveel het heeft gekost.

Daar ontstaat gemakkelijk het bekende patroon van pieken en daarna instorten: de zogenoemde boom-bust.

Daarom is pacing meer dan rust nemen

Pacing wordt soms uitgelegd als: “Doe minder en neem meer rust.”

Maar zo simpel is het niet.

Pacing gaat voor mij veel meer over het vinden van een goede balans tussen inspanning en herstel. Niet wachten tot je volledig leeg bent, maar eerder leren herkennen wat je lichaam nodig heeft om binnen een bepaalde bandbreedte te blijven.

En juist omdat die grens vaak niet duidelijk voelbaar is, gaan we die samen onderzoeken.

Wat kost jou relatief veel energie? Wanneer merk je dat je systeem begint op te lopen? Welke activiteiten kun je combineren en welke juist beter niet? En hoeveel herstel heb je nodig voordat je weer iets anders doet

Het doel is niet om je leven steeds kleiner te maken.

Het doel is juist om meer ruimte te creëren.

Ontspannen is niet hetzelfde als stilzitten

Een ander belangrijk onderdeel van pacing is herstel. En dat klinkt misschien eenvoudig, maar ontspannen is voor veel mensen helemaal niet zo makkelijk.

Je kunt twintig minuten op de bank liggen en toch helemaal niet herstellen.

Andersom kan een wandeling voor de ene persoon juist heel ontspannend zijn, terwijl diezelfde wandeling voor iemand anders veel energie kost

Het verschil zit niet alleen in wat je doet, maar ook in wat er ondertussen gebeurt.

Tijdens een wandeling kan je lichaam bewegen, maar kan je hoofd ondertussen allerlei gesprekken voeren. Je kunt nadenken over werk, een situatie opnieuw afspelen, piekeren over je gezondheid of emoties ervaren. Daardoor kan je lichamelijk wel rust nemen, maar komt je systeem niet echt tot ontspanning.

Daarom kijken we in de behandeling ook naar de kwaliteit van het herstel.

Wat helpt jou daadwerkelijk om uit de actiestand te komen?

Dat kan voor iedereen iets anders zijn. Soms is dat rustig liggen. Soms muziek luisteren, ademhaling, een rustige wandeling of juist even helemaal geen prikkels. Het gaat er niet om wat volgens een lijstje “ontspanning” zou moeten zijn. Het gaat erom wat jouw lichaam en hoofd daadwerkelijk helpt om te herstellen.

Preventief ontspannenInformatie

Daarbij is het belangrijk om niet pas te herstellen wanneer je volledig bent ingestort.

Als je wacht tot je batterij leeg is, ben je eigenlijk al te laat.

Daarom kijken we ook naar preventief ontspannen: momenten van herstel inbouwen voordat
je merkt dat je niet meer verder kunt.

Dat kan in het begin misschien vreemd voelen. Je denkt: “Maar ik ben toch nog helemaal niet
moe?”

Juist dat is het punt.

Door eerder herstel in te bouwen, voorkom je dat je steeds naar die uiterste grens hoeft te gaan. Hierdoor ontstaat er meer stabiliteit in je dag en blijft er uiteindelijk meer ruimte over voor activiteiten die voor jou belangrijk zijn.

Niet alleen leren omgaan met vermoeidheid, maar ook weer ruimte creëren

Bij ergotherapie gaat het daarom niet alleen over leren omgaan met wat je nu aankunt.

We kijken ook naar de vraag: hoe kunnen we ervoor zorgen dat er uiteindelijk weer meer mogelijk wordt?

Dat begint met een goede balans.

Wanneer je voortdurend over je grens gaat en daarna moet herstellen, blijft je belastbaarheid vaak beperkt. Door de belasting beter te verdelen en herstel serieuzer mee te nemen, ontstaat er meer stabiliteit. Vanuit die stabiliteit kun je vervolgens onderzoeken of je activiteiten weer kunt uitbreiden.

Dat betekent niet dat je iedere week automatisch meer moet doen.

Het betekent dat we samen kijken naar een bredere belastbaarheid: lichamelijk, cognitief én
emotioneel.

Wat kun je zelf doen?

Een paar dingen kunnen helpen om beter zicht te krijgen op je eigen patroon:

  • Houd een tijdje bij welke activiteiten energie kosten en welke juist herstel geven.
  • Kijk niet alleen naar wat je doet, maar ook naar wat er in je hoofd gebeurt tijdens die
    activiteit.
  • Plan herstelmomenten voordat je volledig leeg bent.
  • Leg activiteiten niet allemaal op één dag omdat je toevallig een goede dag hebt.
  • Verdeel zwaardere activiteiten over meerdere dagen.
  • Kijk kritisch naar activiteiten die relatief veel energie kosten, maar waarvan je niet direct verwacht dat ze zwaar zijn.
  • Onderzoek welke vorm van ontspanning jou daadwerkelijk helpt herstellen.

Een energiedagboek kan daarbij helpen. Niet om je hele dag te controleren, maar om patronen zichtbaar te maken.

Dit vervangt natuurlijk niet de behandeling van je MDL-arts. Het gaat over iets anders: hoe je met de energie die je hebt je dagelijks leven zo kunt inrichten dat er meer balans en ruimte ontstaat.

Wat doet een ergotherapeut hierbij?

Een ergotherapeut kijkt niet naar je darmen, maar naar je dag.

Wat wil je kunnen? Werken, koken, sporten, voor je kinderen zorgen, afspreken met vrienden of gewoon weer een normale dag kunnen hebben?

Vervolgens kijken we waar je energie naartoe gaat, welke belasting je op dit moment aankunt en waar mogelijkheden liggen om meer balans te creëren.

Daarbij kijken we niet alleen naar activiteiten, maar ook naar herstel, prikkels, gedachten, emoties en de manier waarop je dag is opgebouwd.

Soms zit de oplossing namelijk op een plek die je zelf helemaal niet had verwacht.


Uit de praktijk van Vailey

Wat mij in de praktijk regelmatig opvalt, is dat iemand vaak al heel goed weet welke activiteit veel energie kost. Maar wanneer we de hele dag samen doorlopen, blijkt de echte energievreter soms ergens anders te zitten.

Iemand kan bijvoorbeeld denken dat het koken te zwaar is. Wanneer we verder kijken, blijkt niet het koken zelf het probleem te zijn, maar het langdurig staan, de prikkels in de keuken en het feit dat er daarna geen herstelmoment meer is.

Dat soort inzichten zijn belangrijk. Want als je weet waar de belasting daadwerkelijk zit, hoef je niet automatisch de hele activiteit te schrappen. Soms kun je iets aanpassen waardoor dezelfde activiteit ineens veel minder energie kost.

Veelgestelde Vragen

Is vermoeidheid bij Crohn of colitis echt lichamelijk?

Ja. Vermoeidheid bij IBD is een complexe klacht waarbij onder andere ontstekingsactiviteit, bloedarmoede of tekorten, slaap, medicatie, psychologische factoren en de darm-hersen-as een rol kunnen spelen. Het is dus niet simpelweg een kwestie van “je moet wat meer doorzetten”.

Wordt ergotherapie vergoed?

Ergotherapie wordt vanuit de basisverzekering vergoed tot maximaal 10 uur per kalenderjaar.

Deze zorg valt wel onder het eigen risico. Voor ergotherapie is geen verwijzing van de huisarts nodig.

Kan het ook als ik niet in de buurt van Nijmegen woon?

Ja. Naast huisbezoeken in Nijmegen en omgeving werk ik ook volledig online in heel Nederland. Juist bij het leren verdelen van energie kan het prettig zijn om vanuit je eigen omgeving te werken.

Loop je hier tegenaan?

Je hoeft dit niet zelf uit te zoeken. Laat je naam en nummer achter, dan bel ik je persoonlijk terug om rustig te kijken wat je nodig hebt.

Geen verwijzing nodig, vergoed vanuit de basisverzekering en je kunt snel terecht.